Nederland als Dader – Cogiscope

Nederland als Dader

Hoe Indonesië naar de Nederlands-Indonesische oorlog kijkt

Gepubliceerd in: Cogiscope 02_2016- Tijdschrift over gevolgen van schokkende gebeurtenissen

Intro: De geschiedenis van Indonesië en Nederland is onlosmakelijk verweven. De nederlandse koloniale overheersing en de beëindiging daarvan drukt nog steeds op de relaties tussen de twee landen. De internationale betrekkingen zouden een stuk eenvoudiger zijn als het accent uitsluitend op de toekomst ligt. Maar een verleden – zeker indien sprake is van daderschap – is nooit ver weg en het is zeer de vraag of het onbenoemd laten van onverwerkte wonden op termijn verstandig is. In beide landen is er een beweging om in het reine te komen met discutabele gebeurtenissen. Niet alleen in Nederland, waar de roep om grondig onderzoek en excuses steeds opspeelt, maar ook in indonesië zelf. Volgens Muhammad Yuanda Zara staat de huidige indonesische samenleving meer open voor kritiek en tegenstrijdige visies. Is het een opmaat voor verzoening?

Door: Muhammad Yuanda Zara

“Op 9 december 2011 bezocht de Nederlandse ambassadeur in Indonesië het dorp Balongsari (voorheen Rawagedeh) om namens de Nederlandse regering excuses aan te bieden voor de massamoord die daar 64 jaar eerder plaatsvond. In het West-Javaanse dorp executeerden Nederlandse militairen honderden Indonesiërs. De excuses werden in september 2013 herhaald, ook voor andere excessen zoals in Zuid-Celebes.

De excuses en de daaraan voorafgaande rechtszaken ontketenden een groot debat in de Indonesische samenleving. Dat debat ging niet alleen over de bloedbaden, maar ook over de Nederlandse koloniale overheersing in het algemeen en het inherente gewelddadige karakter daarvan. Om Indonesische reacties op de rechtszaken en de excuses te begrijpen, is het nodig om stil te staan bij het beeld van Nederland als kolonisator in Indonesië. Vervolgens ga ik in op de Indonesische reacties op de recente rechtszaken en meer specifiek op Rawagedeh. Tot slot ga ik in op de vraag of de tijd rijp is voor verzoening.

Nederland als dader

Voor Indonesiërs is de herinnering aan hun onafhankelijkheidsoorlog onontkoombaar. Al op jonge leeftijd raken kinderen vertrouwd met de herinnering aan de oorlog. School curricula bevatten negatieve verhalen over het Nederlandse kolonialisme. De meeste van de 163 nationale helden die Indonesiërs moeten herdenken zijn tegenstanders van het koloniale systeem en helden uit de onafhankelijkheidsstrijd. Ook in de populaire cultuur zoals in films en op tv is de Nederlands-Indonesische oorlog goed zichtbaar.

Het populaire beeld van de Nederlanders ten tijde van de koloniale onderdrukking en de oorlog van 1945-1949 is doorgaans stereotypisch. De Nederlanders zijn gewelddadig, grof, begerig, heethoofdig en racistisch. Deze beelden komen Indonesiërs overal tegen: in musea, monumenten, liederen, films, romans, gedrukte media, cartoons, et cetera. Zo worden ze voortdurend herinnerd aan de heldhaftige strijd tegen de wrede Nederlanders. Het beeld van de Nederlander als dader is met andere woorden diepgeworteld in de Indonesische (populaire) cultuur.

Dit anti-Nederlandse beeld dient één belangrijk doel: eenheid smeden. Indonesiërs met zeer verschillende achtergronden kunnen zich sterken aan de gedachte dat ze ooit tezamen eensgezind tegen de buitenlandse vijand, de Nederlanders, hebben opgetreden. Gezien de grote diversiteit in Indonesië is het benadrukken van eenheid een kerntaak van de overheid. Het verhaal van een gemeenschappelijke vijand helpt daarbij.

Indonesische perspectieven

Hoe kijken de Indonesiërs zelf naar de onafhankelijkheidsoorlog? Ze denken verschillend over het Nederlandse geweld uit de periode 1945- 1949. Er zijn grofweg drie groepen te onderscheiden. Allereerst zijn er de aanhangers van een harde lijn. Zij willen erkenning van Nederland voor alle negatieve gevolgen van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië. De vicevoorzitter van het Indonesische parlement eist bijvoorbeeld dat Nederland de jure de onafhankelijkheid van Indonesië op 17 augustus 1945 erkent. Nederland houdt nu nog de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 als officieel moment voor de Indonesische onafhankelijkheid aan.

Andere aanhangers van de harde lijn variëren van anonieme burgers tot belangenbehartigers van de slachtoffers. Volgens hen gelden de ‘politionele acties’ als een vorm van agressie van buitenlandse troepen tegen een soevereine staat. Zij beweren dat de Nederlanders systematisch Indonesiërs hebben gemarteld en vermoord, ongeacht hun geslacht of leeftijd. Het Nederlandse geweld bestempelen zij als oorlogsmisdaden en de daders zouden voor het internationaal gerechtshof moeten worden gebracht. Deze groep hardliners voelt zich gesterkt door de gewonnen rechtszaken in de afgelopen jaren, de excuses van Nederland aan Indonesië en door het onmiskenbare bewijs van Nederlands geweld: de foto’s van Nederlandse troepen die Indonesiërs executeren. Ze doken in 2011 in Enschede op en gingen viral in Indonesië.

De tweede groep neemt een middenpositie in. Deze Indonesiërs willen dat de Nederlandse regering excuses maakt voor de negatieve gevolgen van het kolonialisme en compensatieregelingen treft. Niet alleen met de individuele slachtoffers en hun families, maar ook met de ‘Indonesische natie’ in het algemeen. Deze groep pleit er ook voor dat de Nederlanders het koloniale geweld in hun schoolboeken opnemen. De aanhangers van deze middenweg zijn vooral online in discussiefora te vinden. Indien Nederland aan deze eisen zou voldoen, kan Indonesië volgens deze groep Nederland ook vergeven en de bladzijde omslaan.

Dan is er nog een derde groep die het verleden het liefst wil vergeten en alle discussies over het koloniale geweld wil stoppen. Onder andere de Indonesische regering behoort tot deze groep, omdat zij de goede economische betrekkingen met Nederland niet wil schaden. De Indonesische autoriteiten hebben om die reden ook zelden gereageerd op de Rawagedeh-uitspraak en de excuses die daarop volgden. Het was niet hun bedoeling om van Nederland excuses te eisen, maar toen ze er toch kwamen reageerde de Indonesische regering daar positief op. Die Indonesische terughoudendheid werd ook gedemonstreerd toen president Widodo in april 2016 Nederland bezocht. Tegen NRC Handelsblad verklaarde hij geen voorstander te zijn van een grootschalig onderzoek naar de Nederlandse oorlogsmisdaden tijdens de periode. Hier wordt in Nederland al langer toe
opgeroepen en minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders pleitte hier onlangs ook voor. ‘Ik koester een gelijkwaardige relatie met Nederland die toekomstgericht is en waar beide landen voordeel aan hebben’, aldus Widodo (NRC, 16 april 2016).
Indonesische burgers die deze terughoudende visie aanhangen hebben nog een andere reden. Zij vinden dat Indonesië veel serieuzere problemen heeft die de aandacht verdienen zoals armoede en corruptie. Het zou volgens hen beter zijn om deze actuele problemen aan te pakken in plaats van te blijven praten over zaken uit het verre verleden.

Rawagedeh

Door de kwestie Rawagedeh heeft de koloniale oorlog de laatste jaren in Nederland weer veel aandacht gekregen. Zoals hierboven duidelijk werd, was die aandacht in Indonesië nooit weggeweest. De onafhankelijkheidsstrijd heeft een prominente plek in het zelfbeeld van de Indonesiërs. Voor de zaak Rawagedeh en de Nederlandse excuses was veel aandacht in de Indonesische media, maar het was anders dan in Nederland geen trendbreuk in de belangstelling voor de Nederlands-Indonesische oorlog. Indonesische kranten schreven uitvoerig over de rechtszaak, interviewden nabestaanden van de slachtoffers en lieten Indonesische en Nederlandse autoriteiten aan het woord. Sommige media beschouwden de uitspraak van de Nederlandse rechter als een overwinning van gewone mensen tegen een buitenlandse regering die beweerde dat de zaak uit 1947 al verjaard was. Zij zagen het als een gewonnen strijd tegen het vergeten. Er was ook lof voor de Nederlandse excuses en men prees de Indonesische traditie van vergeving als daarom wordt gevraagd.

Hoe reageerden de families van de slachtoffers op de Nederlandse excuses? In het algemeen accepteerden zij, met name de weduwen, de excuses aangezien het voor hen en het hele dorp zeer betekenisvol was. Ze waren dankbaar voor de compensatiegelden, die veelal voor typisch Indonesische ambities werden gebruikt: een huis en een pelgrimage naar Mekka. Niettemin, in de reacties valt vooral de verbittering ten aanzien van het Nederlandse geweld op. Ook vond men dat Nederland niet alleen compensatie aan de slachtoffers moest betalen wat alleen korte termijn effecten zou hebben. De voormalige agressor zou ook over lange termijn compensatie moeten nadenken, zoals studiebeurzen voor de kleinkinderen van de slachtoffers.

Verzoening?

De recente discussies over Nederlandse oorlogsmisdaden laten zien dat het negatieve beeld van Nederland in Indonesië niet geheel onterecht is. Maar liefst zeven decennia bleef Nederland doorgaans zwijgen over het ‘excessieve geweld’ dat het tegen Indonesiërs gebruikte. Steeds meer historici, waaronder Oostindie (2015) en Limpach (2016), bestempelen het geweld uit de periode 1945-1949 ook als structureel. Daar komt bij dat de Nederlandse excuses door de rechter afgedwongen waren. Zou Nederland ook
uit eigen beweging verantwoordelijkheid hebben genomen voor de fysieke en psychologische oorlogswonden die de koloniale oorlog bij miljoenen Indonesiërs heeft achtergelaten? En wat doet Nederland met de talloze wreedheden door Nederlanders begaan gedurende de vier eeuwen koloniale overheersing van Indonesië? De inheemse slachtoffers (meestal Indonesiërs maar ook Chinezen) van het kolonialisme worden geschat op 600.000 tot 1 miljoen (Raben, 2014). Het is duidelijk dat de Rawagedeh-uitspraak slechts het topje van de ijsberg is. Juridische procedures en excuses zijn prima, maar de betrokken Indonesiërs willen nu eindelijk het ware verhaal, erkenning en juridische genoegdoening.

Voor Indonesië is het van belang hoe Nederland de komende tijd gaat optreden. Hoe meer Nederland openheid van zaken geeft, onderzoek naar Nederlands (en Indonesisch) geweld toestaat en (juridische) oplossingen met de slachtoffers treft, des te groter is de kans dat beide landen hun gewelddadige verleden accepteren en zich uiteindelijk verzoenen. De tijd is er rijp voor en met alle media-aandacht is nu ook het juiste momentum gecreëerd. Verschaf het Nederlandse en Indonesische publiek een volledig en accuraat beeld van de dekolonisatieoorlog. Dit betekent ook dat Indonesië moet erkennen dat het in de periode 1945-1949, met name ten tijde van de Bersiap, geweld tegen burgers heeft begaan. Naar mijn mening staat de post-autoritaire (sinds 1998) Indonesische samenleving meer open voor kritiek en tegenstrijdige visies.

Dit uitvoerige onderzoek naar beide kampen ligt zeker gevoelig en brengt het risico van imago-afbreuk met zich mee, maar het is een cruciale stap op weg naar vergeving en verzoening.

Uit het Engels vertaald en bewerkt door Ilse Raaijmakers

Referenties:

Gunawan, R., et. al., Indonesia dalam Arus Sejarah. jakarta: Ichtiar baru van Hoeve & Kementerian Pendidikan dan Kebudayaan Republik Indonesia. 2012.

Limpach, R., De brandende kampongs van generaal Spoor. Amsterdam: boom. Verwacht september 2016.

Oostindie, G., Soldaat in Indonesië, 1945-1950: Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Amsterdam: Promotheus, 2015.

Raben, R., ‘On Genocide and Mass Violence in Colonial Indonesia’, in: b. Luttikhuis & A.D. Moses (red.), Colonial Counterinsurgency and Mass Violence: The Dutch Empire in Indonesia. London & New York: Routledge, 2014.

Saelan, M., Dari Revolusi 45 sampai Kudeta 66: Kesaksian Mantan Komandan Tjakrabirawa. jakarta: Visimedia, 2008.

Artikel in PDF: pdflogo

anda-zara001